Geloof en gevoel in het jaar 2014

Edwards’ boek over de “Religious Affections” is uitermate actueel. Vooral in deze tijd hebben velen de neiging om niet de geesten te beproeven maar af te gaan op hun gevoel. Christenen raken onder de indruk van mede-christenen, omdat deze zo “actief met hun geloof bezig zijn”. Christenen bewonderen mede-christenen die veel voor een ander over hebben. En al zijn deze zaken natuurlijk positief, ze zijn absoluut geen bewijs van ware genade! Edwards heeft dit in zijn boek duidelijk uitgewerkt. 
Toen ik een kijkje nam op de website van Freethinker, las ik van mensen, die nu overtuigd atheïst zijn en die in het verleden onderwerp waren van godsdienstige “affecties”. 
De affecties van deze menselijk kwamen kennelijk niet voort uit ware genade, anders waren zij nu geen overtuigd atheïst.

Op grond van het gelezene heb ik een aantal stellingen gelanceerd, die eigenlijk geen stellingen zijn maar conclusies. Ze overlappen elkaar, omdat ze voor het meerendeel ontleend zijn aan de verslagen op de website van Freethinker.

(Van de meeste stellingen zijn de verhalen hierachter te vinden in het forum van www.freethinker.nl onder de titel “Getuigenissen van afvalligen”. Verder heb ik gebruik gemaakt van www.goedgelovig.nl.)

Godsdienstige gevoelens anno 2014 die geen bewijs zijn van een waar geloof

 

  1. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij zegt dat God zijn leven veranderde.

  2. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij in Gods naam wonderen en tekenen verricht.

  3. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij zegt dat een roeping heeft om het evangelie te verkondigen.

  4. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij, ondanks alle moeilijke omstandigheden, erop vertrouwt dat God hem zal helpen.

  5. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij twintig jaar lang zendingswerk verricht onder moeilijke omstandigheden, in vertrouwen op God.

  6. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij tijdens zijn prediking tienduizenden mensen onder het gehoor heeft.

  7. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij zegt honderden mensen tot Christus te hebben geleid.

  8. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij een groot deel van zijn tijd besteedt aan het bestuderen van de Bijbel.

  9. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer Jezus hem heel erg dierbaar is.

  10. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij zich door de Bijbel laat leiden, ook wanneer dat moeilijk is en het op verzet stuit.

  11. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij anderen wijst op de ernst van de zonde en op Gods antwoord hierop.

  12. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij ellenlange, positieve artikelen schrijft over God en geloof.

  13. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij het geloof enorm serieus neemt.

  14. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij zegt God lief te hebben.

  15. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij Jezus ziet als zijn Zaligmaker.

  16. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij in zijn leven veel naastenliefde laat zien.

  17. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij zich een zondaar voelt.

  18. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij angst heeft voor God.

  19. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij zeer ernstig bezig is met de eindtijd.

  20. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij zich als een echte christen beschouwt.

  21. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij op volwassen leeftijd besluit dat hij zich wil laten dopen.

  22. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij veel voor zijn familie bidt.

  23. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij God ziet als zijn hemelse Vader.

  24. Het is geen bewijs dat iemand een kind van God is, wanneer hij in tongentaal kan spreken.