Dingen die geen bewijs zijn dat onze gevoelens voortkomen uit een echte bekeringservaring (1)

Dat onze geloofservaringen veel enthousiasme en bereidheid om over het geloof te praten voortbrengen, bewijst niet dat deze ervaringen wel of niet geestelijk zijn.
Veel mensen zijn vooringenomen ten opzichte van degenen die gemakkelijk en vol enthousiasme over geestelijke dingen praten. Ze veroordelen hen al snel als arrogant en schijnheilig. Aan de andere kant zijn er velen die niet beter weten en aannemen dat zulke gemakkelijke praters ongetwijfeld kinderen van God zijn. Zij zeggen:”God heeft zijn mond geopend! Hij is nooit een goed spreker geweest, maar nu blaakt hij van vrijmoedigheid. Hij legt zijn hart bloot, vertelt over zijn ervaringen en geeft God de eer.” Vooral als deze overvloed van gelovige uitspraken enthousiast en oprecht overkomen, raken velen ervan overtuigd dat dit een teken van ware bekering is.
Toch is dit niet per definitie een bewijs van bekering. Wie dat denkt, neemt zijn eigen ideeën als uitgangspunt in plaats van de heilige Schrift als richtsnoer te nemen. De Schrift noemt gelovige uitspraken een betrouwbaar bewijs van bekering. Het kan immers ook zijn dat deze uitspraken niet meer zijn dan lippendienst. De Schrift illustreert dit aan de hand van de bladeren van een boom. Iedere boom heeft bladeren, maar bladeren op zich bewijzen niet dat de boom gezond is.
De bereidheid om te praten over geestelijke dingen kan voortkomen uit een goede bron, maar ook uit een slechte. Het kan voortkomen uit een hart met geheiligde gevoelens – “Want uit de overvloed des harten spreekt de mond”(Matth. 12:34). Maar aan de andere kant kan het ook voortkomen uit een hart dat vol is van gevoelens die verre van heilig zijn. Het is normaal dat mensen graag willen praten over de dingen die hun gevoelens geraakt hebben. En dat zal zeker oprecht en enthousiast zijn. Mensen die openlijk en vurig spreken over geestelijke zaken zijn ongetwijfeld enthousiast over het christendom, maar godsdienstig enthousiasme hoeft niet noodzakelijkerwijs uit een echte bekeringservaring voort te komen, zoals ik al heb aangetoond.
Sommige mensen zijn zo vol van hun ervaringen dat ze er te pas en te onpas over beginnen. Dit is een slecht teken. Een boom die een overvol bladerdek heeft, draagt doorgaans niet veel vrucht. Niet-authentieke geloofservaringen worden gemakkelijker geuit dan authentieke ervaringen. Onecht geloof loopt graag met zichzelf te koop, net als de Farizeeën.

Dingen die geen bewijs zijn dat onze gevoelens voortkomen uit een echte bekeringservaring (2)

Dat onze gevoelens gepaard gaan met een bijbeltekst, bewijst niet dat ze wel of niet geestelijk zijn.
Als echte geestelijke gevoelens over ons komen, kunnen deze gepaard gaan met een bijbeltekst. Deze gevoelens zijn geestelijk als ze voortkomen uit een geestelijk begrip van de waarheid die in dat vers naar voren komt.
Aan de andere kant hebben we ook geen sluitend bewijs dat onze gevoelens geestelijk zijn, alleen maar omdat ze ontstaan naar aanleiding van een bijbeltekst die plotseling sterk in onze gedachten komt. Sommige mensen vatten dergelijke ervaringen op als bewijs van hun behoud. Vooral wanneer die bijbelteksten gevoelens als hoop of blijdschap oproepen. Ze zeggen:’Dit vers kwam plotseling in me op. Het was alsof God rechtstreeks tot mij sprak. Ik dacht nog niet aan dit vers voordat het in me opkwam. Eigenlijk wist ik niet eens dat dit in de Bijbel stond!’ Wellicht voegen ze hier nog aan toe:’Het ene vers na het andere schoot me te binnen. Het waren zulke opbeurende en bemoedigende teksten, dat ik wel kon huilen van vreugde. Nu is er geen twijfel meer mogelijk dat God van mij houdt.’ 
Op zo’n manier overtuigen mensen zichzelf ervan dat hun gevoelens en ervaringen van God komen en dat ze inderdaad gered zijn. Maar deze gedachtegang klopt niet. Nergens in de Bijbel lezen we dat we de echtheid van ons geloof op deze manier moeten toetsen. De Bijbel zegt nergens dat we gered zijn wanneer opbeurende en bemoedigende teksten in onze gedachten opkomen en onze gevoelens raken. En het is tenslotte alleen de Bijbel die onze onfeilbare gids in geloof en leven is. 
Veel mensen zijn geneigd te denken dat als een ervaring te maken heeft met Gods Woord, de Bijbel, die ervaring wel van God moet komen. Maar dat hoeft niet het geval te zijn. Het is wel zo dat een ervaring goed is als de Bijbel zegt dat we die ervaring moeten hebben. Maar een ervaring is niet per definitie goed omdat de Bijbel er een rol in speelt.
Hoe weten we dat het niet satan is die deze bijbelteksten in onze gedachten brengt? Immers, toen satan Jezus probeerde te verzoeken, gebruikte hij daarbij de bijbel (Matth. 4:6). Als God het toeliet dat satan Jezus met bijbelteksten probeerde te verzoeken, waarom zou satan dan geen bijbelteksten in onze gedachten kunnen brengen om ons te misleiden? En waarom zou hij daar dan geen opbeurende en bemoedigende teksten voor gebruiken? De duivel houdt ervan om onechte blijdschap en hoop te wekken in de harten van mensen die niet behouden zijn. Hij wil hen ervan overtuigen dat ze christenen zijn, voordat ze echt tot inkeer komen. Waarom zou hij bemoedigende bijbelteksten niet misbruiken om die valse zekerheid te geven? Valse leraren verdraaiden de Schrift immers ook op die manier en misleiden daardoor veel mensen. Zij zijn dienaren van satan. En satan is zeker bij machte te doen waar zijn dienaren toe in staat zijn.

Dingen die geen bewijs zijn dat onze gevoelens voortkomen uit een echte bekeringservaring (3)

Dat we een liefdevol gevoelsleven lijken te hebben, bewijst niet dat het wel of niet geestelijk is. 
Liefde is de kern van echt geloof. Als mensen die zeggen christen te zijn liefdevol overkomen, dan wordt dat vaak gezien als een bewijs van de echtheid van hun geloof. Het argument dat daarbij wordt aangevoerd, is dat liefde wel van God moet komen omdat satan niet kan liefhebben.
Jammer genoeg kan zelfs liefde nagebootst worden. Sterker nog, hoe volmaakter iets is, hoe meer imitaties er zijn. Niemand zal rotsen of kiezelsteentjes namaken. Maar er zijn talloze namaak-diamanten en -edelstenen. Met christelijke deugden is het niet anders gesteld. Juist christelijke liefde en nederigheid worden door satan en door de misleiding van het hart van de mens meer geïmiteerd dan wat dan ook, omdat hierin op een bijzondere manier het mooie van het christenleven naar voren komt.
De Schrift leert dat het kan lijken alsof iemand liefheeft als christen, zonder dat hij gered is. Jezus heeft het over mensen die zeggen christen te zijn, maar die niet tot het einde toe blijven liefhebben. ‘En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden’ (Matth. 24:12-13). Hieruit blijkt dat als we niet tot het einde toe liefhebben, maar koud worden, we niet behouden zullen worden.
Het is dus mogelijk dat we liefde voor God en Christus ervaren, zonder dat er sprake is van een blijvende bekeringservaring. Dit was het geval bij veel Joden in de dagen van Jezus, die het erg met Jezus ophadden en Hem dag en nacht volgden zonder zich te bekommeren om eten, drinken of slaap. Ze zeiden tot Jezus:’Ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat’ (Matth. 8:19) en ‘Hosanna, de Zoon van David’ (Matth. 21:9). Toch bleek dat hun liefde niet echt was, omdat ze verkilde en niet blijvend was.
De apostel Paulus meende dat er in zijn tijd mensen waren met een liefde voor Christus die niet echt was. In Efeziërs 6:24 zegt hij:’De genade zij met allen, die onze Here Jezus Christus onvergankelijk liefhebben.’ Paulus bad een zegen voor degenen die een blijvende liefde voor Christus hadden. Kennelijk ging hij ervan uit dat er anderen waren die een vergankelijke liefde voor Christus hadden.
Ook liefde voor medechristenen kan nagebootst worden. We zien dat in de relatie tussen Paulus en de christenen in Galatië. Zij waren bereid hun ogen uit te rukken en ze aan Paulus te geven (Galaten 4:15). Wat een buitengewone liefde! En toch bekruipt Paulus de angst dat hij zich wellicht tevergeefs voor hen ingespannen heeft (Galaten 4:11). Klaarblijkelijk had Paulus het gevoel dat hun liefde voor hem toch geen echte christelijke liefde was.

Dingen die geen bewijs zijn dat onze gevoelens voortkomen uit een echte bekeringservaring (4)

Dat we veel verschillende gevoelens hebben, bewijst niet dat ze wel of niet geestelijk zijn.
Het mag duidelijk zijn dat alle soorten van geestelijke gevoelens worden nagebootst. We hebben zojuist gezien hoe mensen christelijke liefde kunnen imiteren, maar er zijn ook imitaties van andere geestelijke emoties. Bijvoorbeeld: koning Saul had een onecht berouw over zijn zonden (1 Samuel 15:24-25, 26:21). De Samaritanen vreesden God op een niet-oprechte manier (2 Koningen 17:32-33). Naäman de Syriërs toonde een onechte dankbaarheid na de wonderbaarlijke genezing van zijn melaatsheid ( 2 Koningen 5:15). In Jezus’ gelijkenis van de zaaier staat de steenachtige grond voor mensen die een onechte blijdschap hebben (Matteüs 13:20). De apostel Paulus had voor zijn bekering een onechte ijver voor God (Galaten 1:14; Filippenzen 3:6). Na zijn bekering zei Paulus dat veel ongelovige Joden eenzelfde onechte ijver hadden (Romeinen 10:2). Veel Farizeeën koesterden een valse hoop op eeuwig leven (Lucas 18:9-14; Johannes 5:39-40).
Mensen die niet gered zijn, kunnen dus allerlei onechte gevoelens hebben die lijken op echte geestelijke emoties. Er is geen enkele reden waarom ze niet op hetzelfde moment een aantal van deze gevoelens tegelijk zouden kunnen ervaren.
Het lijkt er bijvoorbeeld op dat de scharen die Jezus vergezelden bij Zijn intocht in Jeruzalem op hetzelfde moment verschillende godsdienstige emoties ervoeren. Ze waren vol bewondering enliefde voor Jezus. Zij betoonden Hem grote eerbied en legden hun mantels op de weg zodat Hij eroverheen kon lopen. Ze spraken grote dankbaarheid uit voor de wonderen die Hij had gedaan. Ze gaven blijk van een sterk verlangen naar de komst van het Koninkrijk van God en zehoopten dat Jezus dit koninkrijk zou doen aanbreken. Ze waren vol vreugde en ijver in hun lofprijzing voor Jezus en in hun enthousiasme om met Hem mee te gaan. Toch waren maar weinigen van hen echte discipelen van Jezus!
We moeten er niet van staan te kijken dat zoveel onechte gevoelens op hetzelfde moment in iemand aanwezig kunnen zijn. Wanneer er één emotie is die zich hevig aandient, dan roept dat automatisch andere gevoelens op. Dit gaat vooral op als liefde de eerste emotie is die ontstaat. Zoals ik eerder al heb aangegeven, is liefde de belangrijkste van onze gevoelens en als het ware de bron van de rest van ons gevoelsleven.
Stel je eens iemand voor die al lange tijd bang is voor de hel. Dan komt satan die hem ten onrechte laat denken dat God zijn zonden vergeven heeft. Stel dat satan hem misleidt door een visioen van een man met een prachtig, vriendelijk gezicht en met wijd uitgestrekte armen. De zondaar denkt dat dit een visioen van Christus is. Of misschien misleidt satan hem met een stem die zegt:’Mijn kind, je zonden zijn je vergeven’,  waardoor de zondaar denkt dat God tot hem spreekt. De zondaar meent dus dat hij gered is, ook al heeft hij geen geestelijk inzicht in het evangelie.
Wat een uiteenlopende gevoelens zullen er opkomen in deze zondaar! Hij zal vol liefde zijn voor zijn denkbeeldige Redder, die hem – zo denkt hij – heeft gered van de hel. Hij zal dankbaar zijn voor zijn denkbeeldig behoud. Hij zal en sterke, overweldigende vreugde ervaren. Zijn gevoelens zullen hem ertoe aanzetten met anderen te praten over wat hij heeft meegemaakt. Het zal niet moeilijk voor hem zijn zich te vernederen voor zijn denkbeeldige God. Hij zal zichzelf verloochenen en zijn denkbeeldige godsdienst vol ijver verkondigen, zonder dat de warmte van zijn gevoelens wegebt.
Al deze godsdienstige gevoelens kunnen dus tegelijkertijd ontstaan. En toch is de persoon die ik heb afgeschilderd geen christen! Zijn gevoelens komen voort uit de natuurlijke werking van zijn eigen gest, niet uit de werking van de Geest van God waardoor hij behouden wordt. Wie in twijfel trekt dat zoiets mogelijk is, heeft nog weinig begrepen van de menselijke natuur.