Artikelen over Jonathan Edwards

Geloof en ervaring –  door ds. M. Kater   

 

 

Godsdienstige gevoelens anno 2014 die geen bewijs zijn van een waar geloof – door de webmaster

Lezingen over Jonathan Edwards door ds. A. Baars

  

Jonathan Edwards – Theoloog van de Heilige Geest

 

 

Jonathan Edwards – Opwekking, vroeger en nu

Evangelicalen en Edwards

Zowel calvinisten als evangelicalen beamen dat het geloof niet afhangt van de menselijke keuze. Beide leren de soevereiniteit van God, al functioneert deze bij de evangelicalen niet expliciet.
De evangelicalen leggen weliswaar de nadruk op de verantwoordelijkheid van de mens, maar zij erkennen tevens dat het tot geloof komen honderd procent het werk van Gods genade is. Dat is een conclusie die achteraf te trekken is.

Edwards wijst er echter op dat de mens bij zijn bekering op bevindelijke wijze met Gods soevereiniteit te maken krijgt. (Zie ook het getuigenis van Yenseoo Kim.)

Het is niet alleen vrije genade dat God een Middelaar gegeven heeft, maar het is ook vrije genade wanneer het werk van die Middelaar in zijn of haar hart wordt toegepast. 


Werken en preken van Edwards die hiermee in verband staan (op de betreffende pagina eerst omlaag scrollen):

Kennis van ellende gaat vóór verlossing 

 

 

The religious affections (van harte aanbevolen!)


 

God makes men sensible of their misery before He reveals his mercy and love 

 

 

Born again


God glorified in man’s dependence        

A divine and supernatural light


The justice of God in the damnation of sinners

Sinners in the hands of an angry God

True grace, distinguished from the experience of devils

Enkele actuele vragen aan Jonathan Edwards

We willen Jonathan Edwards enkele vragen stellen over echt en onecht geloof. 

 

 

Dominee, waarom vindt u het zo belangrijk dat we onderscheid kunnen maken tussen echt en onecht geloof?
Nu, als we hier niet in slagen, zal dat verschrikkelijke gevolgen hebben. 
Bijvoorbeeld:
1. Velen aanbidden God op een niet-authentieke manier. Het is gewoonweg niet echt. Deze mensen denken dat God hun aanbidding aanneemt, maar dat is niet het geval.
2. Velen worden door satan misleid over hun zielenheil. Op die manier leiden zij eeuwige schade. Soms laat satan mensen ten onrechte denken dat ze een bijzonder heilig leven leiden, terwijl zij in werkelijkheid tot de schijnheiligste mensen behoren.
3. Satan bederft het geloof van ware gelovigen. Hij vermengt hun geloof met misvormingen en verbasteringen. Bovendien brengt hij anderen in verwarring door grote moeilijkheden en verleidingen.
4. De vijanden van het christendom worden aangemoedigd wanneer zij zien dat de kerk zo ontaard en verward is.
5. Zelfs zij die het geloof een warm hart toedragen, worden misleid door valse leringen waardoor zij handlangers worden van de vijanden van het christendom. Zij berokkenen het christendom meer schade dan hen die er lijnrecht tegenover staan, terwijl ze juist menen het een dienst te bewijzen.
6. Satan brengt scheuring onder de volgelingen van Christus en zet ze tegen elkaar op.

 

 

En als we dit onderscheid niet goed kunnen maken…?
Als onecht geloof voor echt geloof doorgaat, met alle gevolgen van dien, raken christenen het spoor bijster. Ze weten niet meer wat ze ervan moeten denken of waar ze het zoeken moeten. Velen twijfelen eraan of er in het christendom eigenlijk wel waarheid te vinden is. Dit leidt tot dwalingen, ongeloof en atheïsme.


 

Maar is het echt nu echt zo nodig dat een mens zijn zonde leert zien en zich vernedert voor God?

Geestelijke nederigheid is een van de belangrijkste kenmerken van het echte geloof. Iemand die het niet kent, is geen echte gelovige, ook al kan hij allerlei opzienbarende ervaringen vertellen.

Er zijn twee manieren waarop een mens zich voor God kan vernederen: op een wettische en op een evangelische manier.  De eerste is niet zaligmakend. Zo zullen de zondaren op de dag van het oordeel zien dat zij zondaren zijn. Toch zullen zij niet tot bekering komen.

De tweede soort van nederigheid is een van de kenmerken van het echte geloof. Het komt voort uit het besef van Gods heiligheid. Het laat de zondaar ervaren hoe vuil en verachtelijk hij is vanwege de zonde. Het brengt hem ertoe zichzelf geheel vrijwillig neer te werpen voor Gods voeten.

In de Bijbel staat duidelijk hoe belangrijk deze geestelijke nederigheid is.

Hab. 2:4,  Ps. 34:18,  Ps. 51:17,  Ps. 138:6,  Spr.3:34,  Jes. 57:15,  Micha 6:8,  Matth. 5:3,  Matth. 18:3,4,  Mark. 10:15, Luk. 7:37 e.v., Matth. 15: 26-28, Luk. 15:18 e.v.,  Luk. 18:9 e.v., Matth. 28:9,  Kol. 3:12,  Ez. 20:41,42,  Ez. 36:26,27,31,  Ez. 16:63, Job 43:6.

Zie ook Calvijn in zijn Institutie, Boek II, hoofdstuk 2, § 11.

 

 

Wat houdt die geestelijke nederigheid dan in?

Er zijn twee aspecten.
Ten eerste moet iemand afrekenen met zijn wereldse neigingen en moet hij de zonde vaarwel zeggen.
Ten tweede moet hij zijn eigengerechtigheid en zijn ik-gerichtheid afleggen.

 
Welke van die twee is de moeilijkste?

De tweede is de moeilijkste. Velen hebben alleen de eerste stap gezet, maar laten de tweede achterwege. Ze hebben uiterlijke genoegens verworpen, maar koesteren nu het duivelse genot van trots.

Natuurlijk proberen zulke schijnheilige, trotse mensen zich nederig voor te doen, maar meestal slagen ze daar niet echt in. Hun nederigheid houdt doorgaans in dat ze anderen vertellen hoe nederig ze wel zijn. Ze zeggen dingen als: `Ik ben de minste van alle gelovigen`, `Ik ben slechts een arm, nietswaardig schepsel`,  `Mijn hart is nog zwarter dan dat van de duivel`, enzovoorts. Maar hoewel ze dit zeggen, verwachten ze dat anderen hen zullen beschouwen als voorbeeldige christenen. Wants als iemand anders deze dingen over hen zou zeggen, dan zouden ze zich diep beledigd voelen!

 

 

Maar dominee, als nu iemand zegt dat hij helemaal op God vertrouwt, dan is toch alles goed?

 Ook al is iemand er volkomen van overtuigd dat hij verlost is, toch is het mogelijk dat hij niet behouden is. Misschien lijkt het wel alsof hij erg dicht bij God leeft. Misschien spreekt hij God in zijn gebeden vrijmoedig en liefdevol aan als ´mijn Vader´, ´mijn liefdevolle Verlosser´, ´mijn dierbare Heiland´, ´God die ik liefheb´, enzovoorts. Misschien zegt hij zelfs:´Ik weet absoluut zeker dat God mijn Vader is. Ik weet zo zeker dat ik naar de hemel ga, dat het wel lijkt alsof ik er nu al ben.´ Hij kan zelfs zo zeker van zijn zaak zijn, dat hij de noodzaak van het beproeven van de echtheid van het geloof niet langer inziet, of dat hij neerkijkt op iemand die oppert dat hij mogelijk niet echt behouden is. Toch bewijst niets van dat alles dat hij een kind van God is.

Een dergelijke trotse zelfverzekerdheid, die altijd gezien wil worden, lijkt in het geheel niet op echte geloofszekerheid. Het heeft meer weg van de Farizeeër in Lukas 18:9-14, die zo zeker wist dat er niets tussen God en hem instond, dat hij God dankte dat hij anders was dan andere mensen! Echte geloofszekerheid is nederig, niet trots.

Het hart van iemand die niet gered is, is blind, vol misleiding en zelfgerichtheid. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat zo iemand een hoge dunk van zichzelf heeft. Als satan bovendien aan zijn zondige verlangens tegemoetkomt met een schijnvreugde en –troost, dan moeten we er niet van staan te kijken dat iemand die niet bekeerd is een sterke, maar misleidende zekerheid van zijn behoud heeft.

 

Hoe kunnen we dit schijngeloof dan van het ware onderscheiden?

Wanneer iemand die niet gered is zo´n onechte zekerheid heeft, dan heeft hij geen last van de dingen die een ware gelovige aan zijn behoud kunnen doen twijfelen:

De onechte gelovige is zich niet bewust van de ernst van zijn eeuwige bestemming en van het grote belang om op het juiste fundament voort te bouwen. Een ware gelovige daarentegen is nederig en voorzichtig. Hij voelt aan hoe belangrijk het moment is dat hij voor God als de ongekend heilige Rechter staat. Iemand met een onechte overtuiging heeft dat niet.

Een onechte gelovige is zich niet bewust van de blindheid en de misleiding van zijn eigen hart. Zijn valse zekerheid geeft juist een groot vertrouwen in zijn eigen inzichten. Maar echte gelovigen hebben een meer bescheiden kijk op hun eigen ideeën.

Satan laat valse zekerheid ongemoeid. Hij valt juist de zekerheid van de echte gelovigen aan, omdat die zekerheid een grotere heiligheid bewerkt. Maar satan ziet graag valse zekerheid, omdat hij hiermee de zogenaamde christen volledig in zijn macht heeft.

Valse zekerheid verblindt iemand voor de mate van zijn eigen zondigheid. Een onechte christen is rein in eigen ogen. Een echte gelovige daarentegen kent zijn eigen hart. Hij voelt zichzelf een groot zondaar en vraagt zichzelf regelmatig af of iemand die echt gered is wel zo zondig kan zijn als hij. 

 

 

Maar de Bijbel zegt toch dat we op God moeten vertrouwen en dat we in Christus moeten geloven?

Inderdaad, maar deze woorden moeten wel op de juiste manier worden uitgelegd. We moeten inderdaad op Christus vertrouwen maar dat is niet mogelijk wanneer we tegelijkertijd geestelijk duister en dor blijven. Echt geloof brengt ons vanuit geestelijke duisternis en dorheid in het licht en leven van Christus. Wanneer iemand zegt dat je moet vertrouwen op Christus terwijl je hart duister en dor is, zegt hij in feite dat je geloof in Christus moet hebben terwijl je een ongelovige blijft!

Geloof zonder geestelijk licht is niet het geloof van de kinderen van het licht, maar het is de misleiding van de kinderen van de duisternis.

Mensen die volhouden te leven in geloof zonder geestelijke ervaring houden er vreemde ideeën op na over geloof. Wat ze in feite met ‘geloof’ bedoelen, is de overtuiging dat ze verlost zijn. Daarom denken ze dat het zondig is om te twijfelen aan hun behoud, hoe dor en werelds ze ook zijn. Maar aan welk bijbelgedeelte ontlenen zij de gedachte dat geloof inhoudt dat we geloven dat we verlost zijn? De Bijbel zegt dat geloof zondaren brengt tot verlossing. Dus geloof kan op zich niet inhouden dat we al verlost zijn. Als geloof inhoudt dat we geloven dat we gered zijn, dan zou het betekenen dat geloven is: geloven dat je het ware geloof hebt.

Maar als je nu Gods vertroosting ervaart, dan mag je toch wel geloven dat het goed met je is? Zo´n gevoel komt toch niet van jezelf?

We moeten niet denken dat onze gevoelens en ervaringen geestelijk zijn, alleen maar omdat ze niet door ons eigen toedoen tot stand zijn gekomen. Sommige mensen proberen aan te tonen dat hun gevoelens van de Heilige Geest komen met een argument als:´Ik heb deze ervaring niet zelf tot stand gebracht. Het overkwam me gewoon, terwijl ik het helemaal niet zocht. Ik kan het ook niet zelf terug laten komen.´
Dit argument is niet steekhoudend. Een ervaring die niet uit onszelf komt, kan immers ook van een leugengeest komen. Er zijn veel leugengeesten die zichzelf voordoen als engelen des lichts (2 Kor.11:14). Ze kunnen de Geest van God heel overtuigend en krachtig nabootsen. Satan kan in ons werken en we kunnen zijn werk onderscheiden van de natuurlijke werking van onze eigen geest. Satan vult de gedachten van sommige mensen bijvoorbeeld met afschuwelijke godslasteringen en walgelijke ingevingen. Deze mensen weten zeker dat die godslasteringen en ingevingen niet uit hun eigen gedachten voortkomen. Ik denk dat het net zo goed in satans macht ligt om ons te vervullen met misleidende troost en vreugde. We weten zeker dat deze troost en vreugde niet uit onszelf komt. Maar dat bewijst niet dat ze van God komt! De extases en verrukkingen van sommige mensen komen niet van God, maar van satan.

 


Bron: 
Jonathan Edwards, Geen geloof zonder gevoel, Boekencentrum
Jonathan Edwards, The Religious Affections.