Meditaties Ds. G. Blom


Laatst bijgewerkt op
     31 maart 2008.  
 

Contact
   

         jonathan edwards
      
          Jonathan Edwards


  email
 


           Bureau Jonathan Edwards
Het bureau van Jonathan Edwards


     Hoofdingang Jonathan Edwards College te Yale
Hoofdingang van het Jonathan Edwards College te Yale


   Grafsteen Jonathan Edwards
    Grafsteen van Jonathan Edwards


     
           



                            
De noodzaak van de wedergeboorte

Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan het Koninkrijk Gods niet ingaan.
Johannes 3:5

De Heere Jezus was naar Jeruzalem gegaan om te prediken en wonderen te verrichten. Een van de hoorders was Nicodemus, een schriftgeleerde. Diens belangstelling was opgewekt. Hij wilde Jezus nader ontmoeten, durfde niet overdag en kwam daarom des nachts tot Hem.
Mogelijk wilde Nicodemus over een of ander theologisch onderwerp spreken, maar Jezus neemt terstond de leiding. Hij spreekt over de noodzaak van de wedergeboorte. En nog altijd stelt Hij de mens deze noodzaak voor ogen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: tenzij dat iemand wedergeboren wordt, hij kan het koninkrijk Gods niet zien.
Dit had deze wetgeleerde moeten verstaan. Hij leefde bij Gods Woord. Ook het Oude Testament sprak van de noodzaak van een nieuw hart. Als leraar Israëls had hij dit aan anderen moeten voorhouden. Maar hij was zeer onkundig. Hij begreep niet wat Jezus bedoelde. Hij dacht aan een tweede natuurlijke geboorte. Hij mist het werk van Gods Geest, de nieuwe geboorte, waardoor een mens van dood levend gemaakt wordt. Hij is nog dood in zonden en misdaden. Hij is een kind des koninkrijks, maar hij is nog buiten het koninkrijk Gods.
Dit laat ons zien hoe onkundig de mens is, al leeft hij onder het evangelie. We moeten eerlijk worden, evenals Nicodemus. Dan worden we vatbaar voor onderwijs. De Heere kent de onkunde. Hij wil onderwijzen. Hij zoekt het behoud van Nicodemus. Hij is niet gekomen om de zielen der mensen te verderven, maar om ze te behouden. Hij heeft deze schriftgeleerde onder Zijn bearbeiding genomen. En dat is nog altijd Zijn werk. Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods.
Jezus geeft Nicodemus gelegenheid om zijn verwondering te uiten en met zijn onkunde voor de dag te komen. Maar dan gaat Hij weer spreken als Leraar, met het hoogste gezag. Hij herhaalt Zijn: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u. Daarmee was Hij Zijn gesprek met Nicodemus begonnen. Dat leidt in op plechtige wijze wat Jezus herhaalt omtrent de noodzaak van de wedergeboorte. Hij getuigt van wat nodig is voor elk mens. Het gaat om eeuwig wel of eeuwig wee.
Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan het koninkrijk Gods niet ingaan. Dat is duidelijk. Elk mens moet geboren worden uit water en Geest. Hij moet dus voor de tweede keer geboren worden. Dat is evenmin als de eerste keer een werk van de mens zelf. Dat spreekt van een daad Gods. De Heere alleen kan het nieuwe leven werken.Daarom spreekt Jezus van geboren worden uit water en Geest. WATER wijst heen naar de totale reiniging die nodig is. En GEEST wijst heen naar de Heilige Geest als Werkmeester van het nieuwe leven. Deze Geest wederbaart, maakt een zondaar van dood levend, bewerkt een volkomen vernieuwing. Het is door deze levendmakende Geest, dat een zondaar opstaat uit het graf der zonde en des doods en zo neemt het nieuwe leven een aanvang. En de Heilige Geest is het ook, Die dit leven onderhoudt. Daardoor wordt een zondaar vernieuwd naar het evenbeeld van Christus.
De Heere Jezus benadrukt dit nog meer: Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees en hetgeen uit de Geest geboren is, dat is geest. Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: gijlieden moet wederom geboren worden. De wind blaast, waarheen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit de Geest geboren is.
Onze Heidelberger Catechismus belijdt geheel in overeenstemming met deze woorden, dat wij onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, tenzij wij door de Geest Gods wedergeboren worden. En Gods kinderen leren dit beamen.
De Dordtse Leerregels spreken treffend over deze vernieuwing. We lezen daar: Voorts wanneer God dit zijn welbehagen in de uitverkorenen uitvoert en de ware bekering in hen werkt, zo is het dat Hij niet alleen het evangelie hun uiterlijk doet prediken en hun verstand krachtig door de Heilige Geest verlicht, opdat zij recht zouden verstaan en onderscheiden die dingen, die des Geestes Gods zijn, maar Hij dringt ook in tot de binnenste delen des mensen met de krachtige werking deszelfden wederbarenden Geestes. Hij opent het hart, dat gesloten is, Hij vermurwt dat hard is, Hij besnijdt dat onbesneden is. In de wil stort Hij nieuwe hoedanigheden en maakt dat die wil, die dood was, levend wordt, die boos was, goed wordt, die niet wilde, nu metterdaad wil, die wederspannig was, gehoorzaam wordt. Hij beweegt en sterkt die wil alzo, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen.
We kunnen ook nog wijzen op paragraaf 12 van genoemde leerregels (Hoofdstuk 3 en 4), die op het voorgaande volgt, waarin nader over deze wedergeboorte gesproken wordt. We moeten er mee volstaan daarnaar te verwijzen. De mens is dus van nature buiten het Koninkrijk, ondanks de vele voorrechten, die hij kan bezitten. Men kan een kind des koninkrijks zijn en straks nog buitengeworpen worden. We moeten overgaan van het rijk van Satan in het koninkrijk van Gods genade, waar Christus heerschappij voert. Dit koninkrijk moest Hij ten dage van Nicodemus nog verwerven, maar nu heerst Hij aan de rechterhand Gods en eens komt Hij op de wolken des hemels.
Alleen door wedergeboorte kan een mens ingaan in dat koninkrijk. Te voren had Jezus al gezegd, dat de mens het koninkrijk zelfs NIET KAN ZIEN. Hij is blind. Hij heeft er geen oog voor om de waardij van dat koninkrijk te zien. Hij ziet de weldaden van dat koninkrijk niet en evenmin de schoonheid van de Koning van dit rijk. Bij de wedergeboorte opent de Heere de ogen van de boreling en dan gaat de mens zien en gaat hij ook zoeken om in te gaan.
Zo wordt de zondaar verlost van de heerschappij van Satan en zonde. Buiten dat koninkrijk gaat de mens de dood tegemoet, door eigen schuld. Als de mens ingaat, gaat hij het leven tegemoet en dat uit vrije genade. We moeten dus ingaan in het koninkrijk, dan zullen we behouden worden. Dat bindt Jezus ook op het hart van Nicodemus. En Hij werkt het nieuwe leven, maar dat is voor Nicodemus verborgen.
Wel gaat Jezus wijzen op Zichzelf als de Zoon des mensen. Hij is uit de hemel nedergekomen en moet verhoogd worden, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Hij spreekt van de liefde Gods, Die Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Dat is nog het evangelie, waar plaats voor gemaakt moet worden in onze harten.
Dat was bij Nicodemus het geval, zoals later duidelijk blijkt. Als Jezus later weer in Jeruzalem is en de vijandschap nog groter geworden is, dan neemt hij het voor Jezus op en wil hij Zijn smaadheid dragen. En later vinden we hem bij het kruis. Met Jozef legt hij het lichaam van Jezus in een nieuw graf. Jezus is hem alles geworden. Hier zien we hoe de Heere werkt en de Zijnen leidt op de weg des levens. Zijn wij al geboren uit water en Geest?

Meerkerk                                                                                                        Ds. G. Blom




      


Over de verkiezing

God besluit alle dingen in harmonie, in een voortreffelijke ordening. Het ene besluit is in harmonie met het andere. Alle besluiten hangen samen. Dit is alleen mogelijk door die zeer uitmuntende ordening.

Door Jonathan Edwards

Zo besluit God regen in de droogte, omdat Hij de ernstige gebeden van Zijn volk besloten heeft. En zo besluit God de gebeden van Zijn volk, omdat Hij de regen besloten heeft.
Ik geef toe dat het een onjuiste manier van spreken is om te zeggen:"God besluit iets, omdat..." Maar het is niet meer onjuist dan al onze andere manieren waarop wij over God spreken.
God besluit de laatste gebeurtenis vanwege de eerste. Maar evenzeer besluit Hij de eerste gebeurtenis vanwege de laatste.

          
                                                                                     lees verder

                                                                       
 

Tijd is kostbaar!

Door ds. Jonathan Edwards

Hoofdstuk 1 - Waarom is de tijd kostbaar?

1. Eens komt de eeuwigheid. Hoe zal het dan met je zal zijn?
Dat ligt eraan op welke manier je je tijd hebt besteed.

Hoe kun je eigenlijk zeggen of iets kostbaar is of niet? Dan moet je kijken of iets belangrijk is.
Als je iets erg belangrijk vindt, dan heb je er ook veel voor over. Dan is zoiets kostbaar voor je. Waarom is de tijd dan zo kostbaar?
Omdat het aan je tijdsbesteding ligt, hoe het in de eeuwigheid met je zal zijn!

Voor de alledaagse dingen geldt het al, dat je je tijd goed moet gebruiken.
Vroeger gold dit nog veel sterker. Als je niet werkte, werd je arm. Andere mensen keken je dan scheef aan. En nog steeds is het zo, dat je er veel aan hebt als je je tijd goed gebruikt.
Maar de tijd die we hebben, is nog veel belangrijker vanwege de eeuwigheid.
Hoe het in de eeuwigheid met je zal zijn, heerlijk of juist vreselijk, hangt ervan af hoe je in dit leven je tijd hebt besteed!
Daarom is de tijd dus zo kostbaar. Je eeuwige geluk hangt af van hoe je deze tijd gebruikt!!


  Lees verder                                                                                




Stel niet uit...!

"Beroem u niet over de dag van morgen; want gij weet niet wat de dag zal baren."
Spreuken 27:1

Over deze tekst heeft Jonathan Edwards een verhandeling geschreven. De officiele titel luidde:´Procrastination or The sin and folly of depending on future time.´
De verhandeling wordt gekenmerkt door de indringende en overtuigende stijl, die Edwards zo eigen was.

                                                                               Lees verder



De christen-pelgrim

"...en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. Want die zulke dingen zeggen, betonen klaarlijk, dat zij een vaderland zoeken."
Hebr. 11: 13b, 14


Inleiding
De apostel Paulus laat hier zien hoe heerlijk de genade van het geloof is.
Hij laat zien wat de uitwerking van het geloof was bij de heiligen van het Oude Testament.
In het voorgaande deel van dit hoofdstuk heeft hij gesproken over Abel, Henoch, Noach, Abraham en Sara, Izaak en Jakob. Na het noemen van deze voorbeelden, merkt hij op dat "deze allen in het geloof zijn gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren." Enz.
In deze woorden schijnt de apostel in het bijzonder de aandacht te vestigen op Abraham en Sara en hun verwanten, die met hen meekwamen uit Haran, en uit Ur der Chaldeeen, zoals blijkt in vers 15, waar de apostel zegt:
"En indien zij aan dat vaderland gedacht hadden, van hetwelk zij uitgegaan waren, zij zouden tijd gehad hebben, om weder te keren."

Lees verder

                                                              



Vruchten van de Great-Awakening
Jonathan Edwards: Werk van Gods Geest in het hart is bevindelijk van aard.


In de pastorie van East Windsor in Nieuw-Engeland kwam 300 jaar geleden Jonathan Edwards ter wereld. Het jaar 1703 is ook het geboortejaar van John Wesley. Wesley werd in het oude Engeland geboren. God heeft deze beide mannen op een heerlijke wijze in Zijn koninkrijk gebruikt, hoewel ze verschillende wegen gingen. In dit artikel aandacht voor de eerstgenoemde.

                                                                               
Door dr. W. van Vlastuin

De opvoeding van Jonathan Edwards kenmerkt zich door diepe ernst en het besef van de dood. Zijn vader diende als legerpredikant tijdens de oorlog tussen Engeland en Frankrijk. Een halfzuster van zijn moeder werd met twee van haar kinderen door Indianen omgebracht.

Onuitwisbaar zijn de tijden van opwekking in de gemeente van zijn vader Timothy. Zijn moeder Esther en twee zussen komen in deze tijd tot geestelijke doorbraak. Op maandag melden zich soms wel dertig mensen met zielenvragen bij de pastorie.

Jonathan heeft diepe indrukken:"Ik was gewoon vijfmaal per dag in de binnenkamer tot God te bidden." Langzaam verdwijnt deze ernst echter. Later meent hij dat hij in deze tijd geen genade bezat. Hij vreest dat velen zich met zulke indrukken vergissen.

Als Jonathan dertien jaar oud is, vertrekt hij per paard naar het latere Yale College in New Haven. Hij is wat stil en solistisch. Maar stille wateren hebben diepe gronden. Dat blijkt vooral na de dood van zijn grootvader Richard. De oude onrust herleeft:"Ik ben zeer onder de indruk van de kostbaarheid van de tijd."

In het laatste jaar van zijn studie bepaalt een ernstige ziekte hem bij zijn staat voor God:"Ik voelde me soms zeer ongelukkig. In het bijzonder tegen het einde van mijn studie, toen God mij trof door een borstvliesontsteking. Hij bracht mij aan de rand van het graf en hield me boven de poel des verderfs." De echte doorbraak bleef nog uit.

In de zomer van 1721 wordt de geestelijke vreugde zijn deel (...).



                                                                                                          Lees verder
                                      
                                                  Copyright Reformatorisch Dagblad                                                  


Jonathan Edwards

Theoloog van de opwekking

Op de achtste juli van het jaar 1741 is het druk in de kerk van Enfield. Op verzoek van de plaatselijke dominee zal een predikant uit de buurt voorgaan. Zijn naam wordt de laatste tijd nogal eens genoemd in verband met een geestelijke opleving in de omgeving. Als de lange, bleke dominee met zijn preek begint, valt het nogal tegen. Hij is sterk aan zijn papier gebonden, spreekt wat eentonig en maakt nauwelijks gebaren. Maar geleidelijk aan beginnen zijn ernstige, bewogen woorden dóór te dringen. De boodschap is dan ook diep aangrijpend. "Zondaren in de handen van een toornend God", luidt het thema. Voor de preek ten einde is, is overal gesnik en onderdrukt gezucht te horen. Daar roept iemand half hoorbaar:"Wat moet ik doen om zalig te worden?"...

Door ds. A. Baars

Wie is deze prediker? Zijn naam is Jonathan Edwards. Op 5 oktober 1703 is hij geboren in East Windsor, een plaats in het noordoosten van de Verenigde Staten. Zijn vader, Timothy Edwards, is daar dan ruim acht jaar predikant. Naast zijn pastorale werk geeft vader Edwards les aan jongeren uit de omgeving die zich voorbereiden op de universitaire studie.Ook de opleiding van zijn zoon neemt hij ter hand. Zo maakt hij hem vanaf zijn zesde jaar vertrouwd met het Latijn.
Jonathan is een bijzonder begaafde leerling. Op twaalfjarige leeftijd verlaat hij het ouderlijk huis om te gaan studeren aan een pas opgerichte hogeschool in de nabije omgeving, die later zal uitgroeien tot de beroemde Yale University. Enkele jaren later schrijft hij zijn eerste werkstukken op natuurwetenschappelijk en filosofisch gebied. Zij leveren het onomstotelijk bewijs dat hij een uitzonderlijk verstand en buitengewone wetenschappelijke talenten bezit.


Bekering
Wanneer hij later terugblikt op deze periode, moet hij echter erkennen dat hij toen nog een vreemdeling was van Gods genade. In zijn jeugdjaren heeft hij de Heere met een zekere ernst gezocht, maar dat lijkt nu allemaal weggeëbd. Tegen het einde van zijn studietijd, in de lente van het jaar 1721, verandert dat echter.
In deze periode worstelt Edwards met vragen rond de soevereiniteit van God. Het lijkt hem een vreselijk leerstuk, dat God heeft uitverkoren wie Hij wil en dat Hij ook in de zonde laat wie Hij wil en hen overgeeft om de eeuwige straf te ondergaan in de hel. Tot de Schrift voor hem opengaat en de Geest hem ervan overtuigt dat deze leer door en door bijbels is. Zijn aangevochten hart vindt nu rust en zelfs vreugde in de gedachte dat God de volstrekt Soevereine is.

 
                                                                                     Lees verder     
                                                                                                                                                               Copyright Terdege, (d.d. 30 juni 1993)



Jonathan Edwards - Geloof en ervaring

"Ik had (...) de grootste vreugde in de Heilige Schriften, meer dan in welk boek ook. Vaak als ik aan het lezen was, leek elk woord mijn hart te raken. Ik gevoelde overeenstemming tussen iets in mijn hart en deze zoete en krachtige woorden."

Door ds. M.J. Kater


Dit zijn enkele woorden uit de autobiografie ("Personal Narrative") van iemand die de HEERE door Zijn Geest de gave had geschonken van een geweldige denkkracht. Als ik u in een paar artikelen mag laten kennismaken met deze belangrijke theoloog uit de 18e eeuw, dan zal dat niet meer zijn dan even een glimp opvangen van deze God-geleerde. Want dat was hij, al zijn er onder zijn werken ook bij die behoren tot de grote filosofische werken in deze wereld.
Naast een enkel moment uit zijn leven wil ik u graag enkele van zijn gedachten doorgeven over het altijd weer actuele onderwerp "geloof en ervaring". Naar mijn stellige overtuiging kunnen we daar aan het eind van de 20e eeuw onze winst mee doen.


                                                                                 Lees verder