Meditaties Ds. G. Blom


Laatst bijgewerkt op
     31 maart 2008.  
 

Contact
   

         jonathan edwards
      
          Jonathan Edwards


  email
 


           Bureau Jonathan Edwards
Het bureau van Jonathan Edwards


     Hoofdingang Jonathan Edwards College te Yale
Hoofdingang van het Jonathan Edwards College te Yale


   Grafsteen Jonathan Edwards
    Grafsteen van Jonathan Edwards


     
           



                        
Henoch door het geloof weggenomen

Door het geloof is Henoch weggenomen geweest, opdat hij de dood niet zou zien, en hij werd niet gevonden, daarom dat hem God weggenomen had; want vóór zijn wegneming heeft hij getuigenis gehad, dat hij Gode behaagde.
Hebreeën 11:5


Wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden. Van volharden is slechts sprake, wanneer het begin goed is, dat wil zeggen uit God. Dat vinden we treffend in het leven van Henoch, de zevende in de lijn van Adams geslacht uit Seth.
We lezen in Gen. 5:22, dat hij met God wandelde, nadat hij Methusalah gewonnen had driehonderd jaren. Mogelijk, dat de geboorte van zijn eerste kind hem tot inkeer bracht, dat de Heere toen Zijn genade in hem verheerlijkte. In elk geval heeft hij zijn verdere leven de vreze Gods beoefend. Zijn leven sprak. Hij heeft zijn plaats op aarde ingenomen evenals andere mensen. Hij gewon zonen en dochteren. Anderzijds was zijn wandel in de hemel. Er was bij hem het afsterven van de oude en de opstanding van de nieuwe mens door de kracht en Geest van Christus.
Hier zien we wat alleen genade van een zondaar maakt. Dat werk der genade is voor elk mens noodzakelijk. Henoch heeft getuigenis gehad, dat hij Gode behaagde. De Heere heeft hem voortdurend gadegeslagen en zijn hart en al zijn gangen nagegaan. Daarin vond de Heere Zijn eigen werk. Dat behaagde Hem. Hij zag met welgevallen op Henoch neer. Het leven van Henoch in het verborgen en in het openbaar verheerlijkte Hem. Hij gaf Henoch daarvan getuigenis in zijn hart. Hij gaf hem vrede en rust en kracht om staande te blijven in het geloof, om te volharden te midden van een wereld vol verval. De Heere gaf hem uitzicht op een volkomen verlossing door Christus en bereidde hem door de strijd heen voor op de hemelse heerlijkheid.
De Heere slaat alle mensen gade. Geldt het getuigenis aangaande Henoch ook ons? Gods kinderen hebben alles aan de Heere te danken. Ze gaan vrucht dragen uit en door Christus en daarop zet de Heere Zijn stempel. Hij geeft Zijn vrede, die alle verstand te boven gaat.
Henoch ontmoette vijandige bejegening. Hij leefde in een tijd van groot verval. In zijn dagen begon de ongerechtigheid zich te vermenigvuldigen. Het aantal godvrezenden werd steeds minder. Henoch getuigde tegen de zonde. Hij was in zijn wandel een profeet, maar hij sprak ook in de naam des Heeren als profeet. We lezen daarvan in de brief van Judas. Hij waarschuwde en kondigde het gericht aan. De mensen luisterden niet, maar gingen door in de zonde. Zij gingen zich steeds meer uitleven in de ongerechtigheid.
We kunnen daarin het beeld zien van onze tijd. Er wordt nog gewaarschuwd. God heeft nog Zijn knechten. Het Woord wordt nog gepredikt. In vergaderzalen kan men nog horen: tot de wet en de getuigenis… Maar de mens gaat door. Hij maakt zich rijp voor het oordeel.
De waarschuwingen van Henoch wekken verzet, zij maken de haat wakker. De mensen gaan een vijandige houding aannemen. Ze willen Henoch het zwijgen opleggen. Men gaat op zijn dood toeleggen. Er was voor Henoch geen plaats op aarde, omdat er geen plaats was voor de Heere en Zijn wet. Daarom is er geen plaats voor Gods volk, vooral niet voor een getrouwe getuige.
Dat was niet iets nieuws. Abel was al door zijn broeder Kaïn gedood. Het zou zo blijven. Veel profeten moesten hun getuigenis met de dood bekopen. Christus Zelf werd gehaat, verworpen en gekruisigd. En na Hem zijn er vele bloedgetuigen gevolgd. Zo zal het blijven tot het einde der dagen. Jezus heeft gezegd: zij hebben Mij vervolgd, zij zullen ook u vervolgen.
Henoch volhardt in het geloof. Hij wandelde door het geloof. Hij leefde in de gemeenschap met de Heere. Hij was een vreemdeling op aarde. Hij was een pelgrim op reis naar de Godsstad. Hij bezat het ware geloof. Dat had hij ontvangen als een gift van Gods genade. Dat vloeide voort uit Christus, Wiens Geest hij ontvangen had. Dit geloof werkte door de liefde. Daardoor had hij kracht om aller zonden vijand te zijn en de Heere aan te hangen, te betrouwen, te volgen. En zo vond hij zijn sterkte in de Heere. Hij bleef in zichzelf zondaar en leefde in een goddeloze wereld, maar hij had uitzicht op een toekomst zonder zonde in de volle gemeenschap met God.
Henoch wandelde door het geloof. Dat was alleen mogelijk door Christus, Die de Voleinder des Geloofs is. Zo had hij verwachting op de Heere, Die niet beschaamt degenen, die op Hem hopen.
Onder de toelating des Heeren konden de vijanden hun kwade gezindheid tonen. Henoch werd van alle kanten gehaat, bespot en bedreigd, mogelijk zelfs door zijn naaste verwanten, door eigen huisgenoten. Hij kwam haast alleen te staan. Hij bleef aan de Heere vasthouden. In gebed en geloof beoefende hij de nauwe gemeenschap met de Heere. Hij bleef volharden. Zijn tijden waren in Gods hand. Dat geldt al Gods kinderen. Zij kunnen niet omkomen, omdat Christus volhard heeft en voor hen bidt.
We lezen, dat God Henoch wegnam. Eerst bewaarde Hij hem. Vele jaren lang. De vijanden konden hem geen kwaad doen. Maar ten slotte nam de Heere hem weg, op Zijn tijd. Hij nam hem bij de hand, vernieuwde hem geheel en al naar lichaam en ziel en bracht hem de eeuwige heerlijkheden binnen. Henoch volgde door het geloof. Hij was rijp voor de hemel. Hij was toen 365 jaar oud; voor die dagen nog jong. Er waren er nog van zijn voorgeslacht in leven. Maar Henoch was toebereid en zo was het uur van Gods welbehagen gekomen. Zo gaat het naar de ziel met al Gods kinderen. Eerst worden ze geleid naar Gods raad en dan opgenomen in heerlijkheid.
De Heere had met het wegnemen van Henoch een doel, namelijk dat hij de dood niet zien zou. Van anderen lezen we: en hij stierf, maar van Henoch: en hij was niet meer, en: hij werd niet gevonden. Men heeft hem gezocht, maar tevergeefs. De Heere had hem bewaard en deed hem ingaan zonder dodelijke ziekte en zonder stervensproces en doodsbenauwdheid. Hij verloste hem volkomen en deed hem delen in Zijn zalige gemeenschap. Daardoor was Henoch in staat Zijn wandel met God voort te zetten in volmaaktheid.
Vele kinderen Gods sterven de marteldood. Christus Zelf moest de dood in zijn volle omvang ingaan om de Zijnen van de dood te verlossen. Daardoor heeft Hij de vloek uit de dood weggenomen en kunnen Gods kinderen ook op hun sterfbed komen zonder de dood te zien, zoals Jacob, die het uitsprak: op Uw zaligheid wacht ik, o Heere. Geldt dat ook ons? Dan wordt het geloof verwisseld in aanschouwen.

Meerkerk                                                                                          ds. G. Blom

Uit: Reformatorisch Dagblad, Vrijdag 11 november 1977

   




      


Over de verkiezing

God besluit alle dingen in harmonie, in een voortreffelijke ordening. Het ene besluit is in harmonie met het andere. Alle besluiten hangen samen. Dit is alleen mogelijk door die zeer uitmuntende ordening.

Door Jonathan Edwards

Zo besluit God regen in de droogte, omdat Hij de ernstige gebeden van Zijn volk besloten heeft. En zo besluit God de gebeden van Zijn volk, omdat Hij de regen besloten heeft.
Ik geef toe dat het een onjuiste manier van spreken is om te zeggen:"God besluit iets, omdat..." Maar het is niet meer onjuist dan al onze andere manieren waarop wij over God spreken.
God besluit de laatste gebeurtenis vanwege de eerste. Maar evenzeer besluit Hij de eerste gebeurtenis vanwege de laatste.

          
                                                                                     lees verder

                                                                       
 

Tijd is kostbaar!

Door ds. Jonathan Edwards

Hoofdstuk 1 - Waarom is de tijd kostbaar?

1. Eens komt de eeuwigheid. Hoe zal het dan met je zal zijn?
Dat ligt eraan op welke manier je je tijd hebt besteed.

Hoe kun je eigenlijk zeggen of iets kostbaar is of niet? Dan moet je kijken of iets belangrijk is.
Als je iets erg belangrijk vindt, dan heb je er ook veel voor over. Dan is zoiets kostbaar voor je. Waarom is de tijd dan zo kostbaar?
Omdat het aan je tijdsbesteding ligt, hoe het in de eeuwigheid met je zal zijn!

Voor de alledaagse dingen geldt het al, dat je je tijd goed moet gebruiken.
Vroeger gold dit nog veel sterker. Als je niet werkte, werd je arm. Andere mensen keken je dan scheef aan. En nog steeds is het zo, dat je er veel aan hebt als je je tijd goed gebruikt.
Maar de tijd die we hebben, is nog veel belangrijker vanwege de eeuwigheid.
Hoe het in de eeuwigheid met je zal zijn, heerlijk of juist vreselijk, hangt ervan af hoe je in dit leven je tijd hebt besteed!
Daarom is de tijd dus zo kostbaar. Je eeuwige geluk hangt af van hoe je deze tijd gebruikt!!


  Lees verder                                                                                




Stel niet uit...!

"Beroem u niet over de dag van morgen; want gij weet niet wat de dag zal baren."
Spreuken 27:1

Over deze tekst heeft Jonathan Edwards een verhandeling geschreven. De officiele titel luidde:´Procrastination or The sin and folly of depending on future time.´
De verhandeling wordt gekenmerkt door de indringende en overtuigende stijl, die Edwards zo eigen was.

                                                                               Lees verder



De christen-pelgrim

"...en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. Want die zulke dingen zeggen, betonen klaarlijk, dat zij een vaderland zoeken."
Hebr. 11: 13b, 14


Inleiding
De apostel Paulus laat hier zien hoe heerlijk de genade van het geloof is.
Hij laat zien wat de uitwerking van het geloof was bij de heiligen van het Oude Testament.
In het voorgaande deel van dit hoofdstuk heeft hij gesproken over Abel, Henoch, Noach, Abraham en Sara, Izaak en Jakob. Na het noemen van deze voorbeelden, merkt hij op dat "deze allen in het geloof zijn gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren." Enz.
In deze woorden schijnt de apostel in het bijzonder de aandacht te vestigen op Abraham en Sara en hun verwanten, die met hen meekwamen uit Haran, en uit Ur der Chaldeeen, zoals blijkt in vers 15, waar de apostel zegt:
"En indien zij aan dat vaderland gedacht hadden, van hetwelk zij uitgegaan waren, zij zouden tijd gehad hebben, om weder te keren."

Lees verder

                                                              



Vruchten van de Great-Awakening
Jonathan Edwards: Werk van Gods Geest in het hart is bevindelijk van aard.


In de pastorie van East Windsor in Nieuw-Engeland kwam 300 jaar geleden Jonathan Edwards ter wereld. Het jaar 1703 is ook het geboortejaar van John Wesley. Wesley werd in het oude Engeland geboren. God heeft deze beide mannen op een heerlijke wijze in Zijn koninkrijk gebruikt, hoewel ze verschillende wegen gingen. In dit artikel aandacht voor de eerstgenoemde.

                                                                               
Door dr. W. van Vlastuin

De opvoeding van Jonathan Edwards kenmerkt zich door diepe ernst en het besef van de dood. Zijn vader diende als legerpredikant tijdens de oorlog tussen Engeland en Frankrijk. Een halfzuster van zijn moeder werd met twee van haar kinderen door Indianen omgebracht.

Onuitwisbaar zijn de tijden van opwekking in de gemeente van zijn vader Timothy. Zijn moeder Esther en twee zussen komen in deze tijd tot geestelijke doorbraak. Op maandag melden zich soms wel dertig mensen met zielenvragen bij de pastorie.

Jonathan heeft diepe indrukken:"Ik was gewoon vijfmaal per dag in de binnenkamer tot God te bidden." Langzaam verdwijnt deze ernst echter. Later meent hij dat hij in deze tijd geen genade bezat. Hij vreest dat velen zich met zulke indrukken vergissen.

Als Jonathan dertien jaar oud is, vertrekt hij per paard naar het latere Yale College in New Haven. Hij is wat stil en solistisch. Maar stille wateren hebben diepe gronden. Dat blijkt vooral na de dood van zijn grootvader Richard. De oude onrust herleeft:"Ik ben zeer onder de indruk van de kostbaarheid van de tijd."

In het laatste jaar van zijn studie bepaalt een ernstige ziekte hem bij zijn staat voor God:"Ik voelde me soms zeer ongelukkig. In het bijzonder tegen het einde van mijn studie, toen God mij trof door een borstvliesontsteking. Hij bracht mij aan de rand van het graf en hield me boven de poel des verderfs." De echte doorbraak bleef nog uit.

In de zomer van 1721 wordt de geestelijke vreugde zijn deel (...).



                                                                                                          Lees verder
                                      
                                                  Copyright Reformatorisch Dagblad                                                  


Jonathan Edwards

Theoloog van de opwekking

Op de achtste juli van het jaar 1741 is het druk in de kerk van Enfield. Op verzoek van de plaatselijke dominee zal een predikant uit de buurt voorgaan. Zijn naam wordt de laatste tijd nogal eens genoemd in verband met een geestelijke opleving in de omgeving. Als de lange, bleke dominee met zijn preek begint, valt het nogal tegen. Hij is sterk aan zijn papier gebonden, spreekt wat eentonig en maakt nauwelijks gebaren. Maar geleidelijk aan beginnen zijn ernstige, bewogen woorden dóór te dringen. De boodschap is dan ook diep aangrijpend. "Zondaren in de handen van een toornend God", luidt het thema. Voor de preek ten einde is, is overal gesnik en onderdrukt gezucht te horen. Daar roept iemand half hoorbaar:"Wat moet ik doen om zalig te worden?"...

Door ds. A. Baars

Wie is deze prediker? Zijn naam is Jonathan Edwards. Op 5 oktober 1703 is hij geboren in East Windsor, een plaats in het noordoosten van de Verenigde Staten. Zijn vader, Timothy Edwards, is daar dan ruim acht jaar predikant. Naast zijn pastorale werk geeft vader Edwards les aan jongeren uit de omgeving die zich voorbereiden op de universitaire studie.Ook de opleiding van zijn zoon neemt hij ter hand. Zo maakt hij hem vanaf zijn zesde jaar vertrouwd met het Latijn.
Jonathan is een bijzonder begaafde leerling. Op twaalfjarige leeftijd verlaat hij het ouderlijk huis om te gaan studeren aan een pas opgerichte hogeschool in de nabije omgeving, die later zal uitgroeien tot de beroemde Yale University. Enkele jaren later schrijft hij zijn eerste werkstukken op natuurwetenschappelijk en filosofisch gebied. Zij leveren het onomstotelijk bewijs dat hij een uitzonderlijk verstand en buitengewone wetenschappelijke talenten bezit.


Bekering
Wanneer hij later terugblikt op deze periode, moet hij echter erkennen dat hij toen nog een vreemdeling was van Gods genade. In zijn jeugdjaren heeft hij de Heere met een zekere ernst gezocht, maar dat lijkt nu allemaal weggeëbd. Tegen het einde van zijn studietijd, in de lente van het jaar 1721, verandert dat echter.
In deze periode worstelt Edwards met vragen rond de soevereiniteit van God. Het lijkt hem een vreselijk leerstuk, dat God heeft uitverkoren wie Hij wil en dat Hij ook in de zonde laat wie Hij wil en hen overgeeft om de eeuwige straf te ondergaan in de hel. Tot de Schrift voor hem opengaat en de Geest hem ervan overtuigt dat deze leer door en door bijbels is. Zijn aangevochten hart vindt nu rust en zelfs vreugde in de gedachte dat God de volstrekt Soevereine is.

 
                                                                                     Lees verder     
                                                                                                                                                               Copyright Terdege, (d.d. 30 juni 1993)



Jonathan Edwards - Geloof en ervaring

"Ik had (...) de grootste vreugde in de Heilige Schriften, meer dan in welk boek ook. Vaak als ik aan het lezen was, leek elk woord mijn hart te raken. Ik gevoelde overeenstemming tussen iets in mijn hart en deze zoete en krachtige woorden."

Door ds. M.J. Kater


Dit zijn enkele woorden uit de autobiografie ("Personal Narrative") van iemand die de HEERE door Zijn Geest de gave had geschonken van een geweldige denkkracht. Als ik u in een paar artikelen mag laten kennismaken met deze belangrijke theoloog uit de 18e eeuw, dan zal dat niet meer zijn dan even een glimp opvangen van deze God-geleerde. Want dat was hij, al zijn er onder zijn werken ook bij die behoren tot de grote filosofische werken in deze wereld.
Naast een enkel moment uit zijn leven wil ik u graag enkele van zijn gedachten doorgeven over het altijd weer actuele onderwerp "geloof en ervaring". Naar mijn stellige overtuiging kunnen we daar aan het eind van de 20e eeuw onze winst mee doen.


                                                                                 Lees verder