Jonathan Edwards Pagina



Reacties van harte welkom!

dpvandendool@kliksafe.nl





jonathan edwards
Jonathan Edwards

Contact



Links:


Meditaties Ds. G. Blom
 
Onderwerpen
C.H. van den Dool


Voor niet-gelovigen

Theologische vragen

Bijbelverklaring

Scheppingsdagen 24 uur?



Overige:

Chiel-Jan van Hofwegen
(Musicus)


           Bureau Jonathan Edwards
Het bureau van Jonathan Edwards


     Hoofdingang Jonathan Edwards College te Yale
Hoofdingang van het Jonathan Edwards College te Yale


   Grafsteen Jonathan Edwards
    Grafsteen van Jonathan Edwards


     
           




                            

Uit het leven van Jonathan Edwards  (2)

Het waren drukke dagen voor vader vertrok. De predikant wilde graag nog alle mensen bezoeken om hen te wijzen op de weg naar de zaligheid. 't Kon de laatste keer zijn... Hij wilde de jongens van de gemeente waarschuwen geen vruchten uit de boomgaarden te stelen, wanneer de oogsttijd zou aanbreken. Dat was vorig jaar gebeurd. Op zondagen, tussen de diensten door, hadden sommigen op deze manier hun vrije tijd doorgebracht. Zo verknoeiden ze niet alleen hun kostbare zondagmiddag, maar misbruikten ze deze zelfs door hun schuld te vergroten.

Vader bracht ook een bezoek aan dokter Mather, die hem zou vergezellen naar Newhaven. Samen met Samuel Mather had vader aan de Harvard Universiteit gestudeerd. Vader liet zijn paard in de wei achter het dokterhuis grazen. Na het bezoek bleek dat het dier in die korte tijd een ongeluk was overkomen, waarbij het een ernstige verwonding had opgelopen. Dominee Edwards riep meteen zijn vriend Mather erbij. De dokter bood zijn verontschuldigingen aan. Het was in zijn wei gebeurd. "Zoiets had overal kunnen gebeuren," antwoordde Edwards. De dokter adviseerde het paard een aantal weken rust te gunnen, zodat de wond goed zou kunnen genezen.

"Ik kom nog wel kijken. Ik zal dan meteen poeders meenemen voor Esther en Betty, en ook nog eens naar Mary's nek kijken. Je maakt je veel zorgen, is het niet, Timothy?"

Edwards knikte langzaam. "Ik draag mijn vrouw en kinderen op aan Gods genade. En wat mijzelf betreft: mijn leven is in Zijn hand.”

Op de dag voor het vertrek bracht Samuel Mather zijn bezoek aan de familie Edwards. Vader voelde zich niet zo lekker. Hij moest steeds hoesten, en had bovendien last van zijn maag. Dat laatste kwam misschien wel door de spanning. Het afscheid naderde immers, en misschien zouden ze elkaar hier op aarde nooit weerzien...

D
okter Mather had voor Esther en Betty voldoende poeders meegenomen voor de komende tijd, hij keek nog even naar de nek van Mary, waar ze zoveel last van had, gaf Tim nog wat adviezen voor de verzorging van het kreupele paard, legde Jonathan bemoedigend zijn hand op de schouder. "Als de Heere met je vader meegaat, is alles goed, jongen! Zul je flink zijn?"
Jonathan knikte maar moest toch slikken.

"Wat denkt u van het paard?" vroeg hij maar gauw. "Dat dier komt er wel weer bovenop, maar er mag een aantal weken niet op gereden worden. Jij zult hem vast goed verzorgen!"
"Samen met Tim, dokter!" voegde Jonathan eraan toe.

De dokter lachte flauw maar keek meteen weer ernstig. Hij zag de negerslaaf met een paar emmers naar de pomp lopen. "Je kunt goed met Tim opschieten, he! Toch wil ik je een raad geven. Laat je niet teveel door hem beinvloeden. Ga niet met hem mee paardrijden en dergelijke. Begrijp je wat ik bedoel?"

Jonathan knikte. "Tim wil graag hard rijden, net als op de paardenrace. Vader vindt het roekeloos." En na een aarzeling liet de jongen erop volgen:"Daar heeft vader wel gelijk in. Maar... ik kan het soms niet laten!"

"Vecht ertegen, jongen! Zorg dat je vader zich geen zorgen om je hoeft te maken. Ik denk trouwens dat je vader niet zo'n liefhebber is van paardenrace."

Jonathan schudde heftig het hoofd. "Nee dokter, vader noemt het verspilling van de genadetijd!" "Ik ben blij dat je dat inziet. En Jonathan, zo God wil zullen we elkaar over enige tijd weerzien!"

Het afscheid brak aan. Vader gaf nog wat laatste aanwijzingen en waarschuwingen, keek nog een keer bij het paard in de stal, bedacht dat de mest ook nog voor de winter over het land moest worden verspreid, zag met zorg dat het touw van de zwengel van de pomp nog kapot was, zei tegen Jonathan dat hij erop moest letten dat er geen dieren in de boomgaard kwamen en in de schuur, en dat hij daarom de schuurdeur dicht moest houden, en wees er tenslotte nog eens met klem op dat ze bovenal de Heere moesten zoeken. "Of ik jullie ooit zal weerzien, weet God alleen, maar gebruik je tijd om met God verzoend te worden!"
Moeder had tranen in de ogen. Haar zachte stem fluisterde:"Die op den Heere vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar blijft in eeuwigheid."

"Wat zou dat groot zijn...," antwoordde vader met een peinzende blik in de ogen. Hij nam zich voor de tekst als een schat met zich mee te dragen.



(Wordt vervolgd)


Copyright: dpvandendool@hoofdkabel.com.
Overname en/of publicatie uitsluitend na toestemming van de auteur.