Theologische vragen |
|
|
1.
Moeten we de eerste hoofdstukken van Genesis letterlijk opvatten?
a. Eerst zal ik aantonen dat het boek Genesis als zodanig een boek is dat we letterlijk dienen te verstaan. a.1. Het Bijbelboek Genesis presenteert zich als een boek dat we letterlijk dienen te lezen. Aanwijzingen hiervoor zijn onder andere de geslachtsregisters en de precieze gegevens wat betreft bijvoorbeeld de leeftijd waarop iemand stierf. In een boek dat symbolisch bedoeld is, zou zoiets ondenkbaar zijn. a.2. De rest van de Bijbelboeken vat Genesis letterlijk, wat blijkt uit de citaten in andere delen van de Bijbel. Er wordt niet slechts terugverwezen naar gedachten of hoe u het noemen wilt, maar er wordt gerefereerd aan gebeurtenissen die werkelijk hebben plaatsgevonden. b. Er vanuit gaande dat in ieder geval de hoofstukken vanaf de geschiedenis van Abraham letterlijk bedoeld zijn, wil ik nu aantonen dat de eerste hoofdstukken van Genesis op dezelfde wijze een historisch verslag geven van wat er heeft plaatsgevonden. b.1.a. De Bijbel zélf gaat er vanuit dat de eerste hoofdstukken van Genesis letterlijk bedoeld zijn. Als we in de Schrift verwijzingen tegenkomen naar deze hoofstukken, spreken ze over concrete gebeurtenissen. (Om een voorbeeld te noemen: de wet der tien geboden.) b.1.b. Als de eerste hoofdstukken geen concrete gebeurtenissen zouden bevatten, zou het bovendien weinig zinvol zijn om ernaar te verwijzen. Je kunt geen bewijsgrond vinden in iets wat niet echt gebeurd is maar slechts een symbolische betekenis heeft. Een symbolisch verhaal heeft namelijk geen bewijsgrond in zichzelf. Het feit dat de Schrift verwijst naar de eerste hoofdstukken van Genesis, veronderstelt dus dat het gaat om concrete gebeurtenissen (zie boven), maar het wil dus ook zeggen dat het gaat om beslissende gebeurtenissen. b.2. Genesis 1 pretendeert zelf letterlijk te worden opgevat. Dit blijkt uit de nauwgezette herhaling van de woorden: en het was avond geweest, en het was morgen geweest. Zo legt de Schrift zichzelf uit. Het gaat dus om concrete dagen, anders zou er geen sprake zijn van een avond en een morgen. Dat Genesis 1 (terecht) deze pretenties heeft, wordt ook geïllustreerd door een vergelijken van dit hoofstuk met scheppingsverhalen van andere godsdiensten. b.3. Het woord 'dag' dat gebruikt wordt wijst vooral op een letterlijke dag van 24 uur. b.4. Een symbolisch verhaal zou de schepping van de zon aan het begin van de schepping plaatsen, zowel wanneer het verhaal door mensen verzonnen, als wanneer het verhaal geïnspireerd zo zijn door God en zou verwijzen naar een schepping door evolutie. b.5. Het feit dat de zon pas op de vierde dag geschapen werd, is alleen maar te verstaan, wanneer we Genesis 1 letterlijk nemen. vdD 2. Er wordt wel eens gezegd: Je moet Jezus aannemen. Is dat zo? Ja, dit is een inderdaad een Bijbelse opdracht. Ieder mens heeft de plicht met een waar geloof Jezus aan te nemen, anders gezegd: ieder mens heeft de plicht in Hem te geloven. Het is een grote zonde Hem níet aan te nemen, níet in Hem te geloven. Dan veracht je Zijn welmenend aanbod! Dan acht je Zijn bloed onrein! Er moet ter verduidelijking echter meer gezegd worden. Met dit aannemen bedoelt Gods Woord niet, dat je moet aannemen dat je een kind van God bent, of dat je een gelovige bent, zelfs niet dat je door Jezus gered bent. Nee, je moet Jezus Zelf aannemen. Wat is dit aannemen dan? a. Je zou ook kunnen zeggen: Je moet met je hele hart op Jezus vertrouwen. Nogmaals: niet vertrouwen dat je gered bent of zoiets dergelijks. Nee, op Jezus Zélf vertrouwen! Dat kan alleen wanneer je niet meer vertrouwt op je eigengerechtigheid, - wanneer je in jezelf niets anders meer ziet dan ongerechtigheid. Alleen wanneer je door al je eigen valse gronden heenzakt, kun je werkelijk steunen op de Grond Christus. b. Bij het aannemen van Jezus gaat het om het aannemen van Hem als Priester, Profeet en Koning. Je vindt alleen maar behoud in Zijn bloed (Priester); je onderwerpt je aan Zijn Woord (Profeet), en je onderwerpt je aan Zijn heerschappij (Koning). c. Het aannemen van of geloven in Jezus moet gepaard gaan met oprechte bekering. De Heere eist "geloof en bekering"! Het geloof is dus niet los te maken van de wedergeboorte. Er is een nieuwe geboorte nodig! Kun je Jezus aannemen? a. Van onszelf niet. Door onze blindheid zien we onze nood niet en zitten we vol met ongerechtigheid en eigengerechtigheid. Hierdoor nemen we Jezus niet aan, zoals we Hem zouden móeten aannemen.. We kunnen dan wel menen dat we Hem aangenomen hebben, maar dan bedoelen we meestal dat we hebben aangenomen dat we met Hem verzoend zijn, en niet dat we HEMZELF hebben aangenomen. Anders gezegd: we geloven niet in Hem, maar we nemen aan dat we een ware gelovige zijn. "Tenzij we grondig overtuigd zijn dat we
buiten Hem in
een staat van afval van God staan, onder de vloek, hatelijk tot
eeuwige toorn, als enige van Gods ergste vijanden, zullen we nooit
naar Hem voor behoud op een rechte wijze vluchten." (John Owen)
Het aannemen van Jezus wordt elders in Gods Woord het aandoen van Jezus genoemd: "Maar doet aan de Heere Jezus Christus". Het heeft dan betrekking op de gerechtigheid die in Christus is. De mens legt zijn oude mantel af en wordt overkleed met deze nieuwe mantel. De Heere wordt zijn gerechtigheid! b. Anderszijds kunnen we - door de werking van de Heilige Geest en door Gods eeuwig welbehagen - wel Jezus aannemen, namelijk wanneer we in onszelf alleen maar de dood zien, wanneer we verlangen naar Hem, wanneer we niets anders meer kunnen doen dan vluchten tot Hem. "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe." Wat moeten we dan met de eis in Gods Woord om Jezus aan te nemen of in Hem te geloven? Als God iets van ons eist, wil dat nog niet zeggen dat we dat ook vanuit onszelf kunnen. God eist volkomen gehoorzaamheid aan de wet; daarom kunnen wij het nog niet! God eist geloof in Hem; daarom kunnen wij het nog niet! God eist zelfs dat we zullen opstaan uit de dood! Wie zal dat kunnen? Als God van ons bekering en geloof eist, wijst Hij ons op onze plicht, en wil Hij ons met onze onmogelijkheid in de nood brengen, opdat we gaan roepen tot Hem, - opdat we Hem ernstig gaan zoeken. Onze grootste ellende is dat we onze ellende niet zien. Niet voor niets raadt de Heere ons aan om onze ogen te zalven met ogenzalf. "Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet dat gij zijt ellendig, jammerlijk, en arm, en blind, en naakt. Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt." (Openb. 3:17,18) We hebben dus allereerst ontdekkend licht nodig: we moeten zondaar worden voor God! En dat is geen kwestie van afwachten, maar een goddelijke plicht, evenals het een goddelijke plicht is dat we Jezus moeten aannemen. De raad die de Heere Jezus geeft is tevens een eis: zalf uw ogen met ogenzalf! En waarom? Opdat we gaan zien dat we ellendig zijn, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt. En waartoe moeten we dat gaan zien? Opdat we ernaar zouden verlangen met het witte kleed te worden bekleed. Dan hebben we de Heere Jezus Christus aangedaan. Ja, dan hebben we Hem aangenomen! Verder lezen? De geschriften van de Hervormers De geschriften van de Puriteinen Aanbevolen: Salomon Stoddard, Een Leidsman tot Christus John Bunyan, Komen tot Jezus Christus
vdD
|