| Index |
|
![]() Geloof en ervaring (1) Geloof en ervaring (2) |
Jonathan Edwards - Geloof en ervaring
(3)
Edwards verdedigt de religie van het hàrt. Maar waarschuwt er wel voor dat niet allerlei buitengewone en wonderlijke gebeurtenissen (stemmen die gehoord worden, passages uit de Schrift die op een onverklaarbare wijze in gedachten komen of andere openbaringen) onbedrieglijke tekenen zijn van het ware geloof. De inwoning van de Heilige Geest blijkt uit een heilig leven. (door ds. M.J. Kater) Edwards heeft in woord en geschrift er uiting aan gegeven dat volgens de Bijbel er geen ware religie is zonder de geraaktheid van het hart ("Affections"). Liefde is de wortel van alle religie. Tegelijk heeft Edwards moeten strijden tegen allerlei uitwassen in de opwekkingsbeweging (allerlei gevoelsuitbarstingen, hysterisch geschreeuw en allerlei lichamelijke effecten). Hij heeft zichzelf ook moeten verdedigen tegen de beschuldiging een "geestdrijver" te zijn, omdat hij zo positief sprak over allerlei gevoelsuitingen in het leven des geloofs. In zijn uitvoerige verhandeling over geestelijke aandoeningen (ofwel hartstochten) - "Religious Affections" - noemt hij dan ook een heel aantal dingen die het onderscheid aanwijzen tussen de gevoelens en ervaringen van de oprecht gelovige en een schijngelovige. Enkele daarvan geef ik u graag door om ons daardoor te laten onderwijzen. Wat het niet is * geestelijke hoogmoed: Men kan alle aardse gemakken verloochenen zonder zichzèlf te verloochenen. Dus veel opofferen kan ook voortkomen uit geestelijke hoogmoed. Een hoogmoedige denkt groot van zichzelf, van zijn ervaringen en van wat hij doet. Een ootmoedige denkt groot van God. De ootmoedige heeft veel last van zijn hoogmoed. Onze ootmoed staat nimmer in verhouding tot Gods heiligheid, wel in verhouding tot onze kennis ervan. Echt geestelijk leven maakt geen geestelijk arrogante tirannen. * huichelaars: Een huichelaar heeft genoeg aan zijn bekering. Een christen heeft nooit genoeg van God. Alle gearriveerdheid is wezensvreemd aan het leven uit Christus. Het zoeken en strijden horen niet maar bij de eerste bekering, maar vooral bij de dagelijkse bekering. * aandoeningen: Een christen zal in gezelschap niet meer aangedaan zijn dan wanneer hij alleen met God is. Edwards vreest dat er velen "aangedaan zijn door hun aandoeningen". Het voorwerp van hun geloof wordt gevormd door hun eigen gevoelens. * genade: Als genade ons minder waakzaam maakt, kennen we geen genade. * steunen op: Steunt een nabijkomend christen op zijn geloof, de ware christen leunt op zijn God. Verder wijst Edwards (met vele andere puriteinen) er met veel nadruk op dat het bewijs voor de wedergeboorte de praktijk van alledag is. De vruchten zeggen meer dan de wortel. Wel gaat de genade in het hart voorop! Emotie, opgewondenheid en "show" zeggen niets over de heiligende werking van de Heilige Geest. Wat het wel is Wat ik uit de veelheid van gegevens zou willen noemen is dit: in het geestelijk leven zien we iets van Gods heerlijkheid. Er is iets in van het "Smaakt en ziet dat de HEERE goed is". De taal van het Hooglied is geen onbekende taal in het leven van Gods Koningskinderen. Dat is geen valse of ziekelijke mystiek. Ik laat opnieuw Edwards zelf weer aan het woord:"Soms heb ik een gevoel gehad van de uitnemende volheid van Christus. Van Zijn zachtmoedigheid en gepastheid als Zaligmaker. Waarbij Hij mij verschenen is als ver boven alles verheven: de Eerste van tienduizenden! Zijn bloed en verzoening kwamen zoet voor mijn aandacht, evenals Zijn gerechtigheid. Dit ging altijd gepaard met vurigheid van geest en een inwendig worstelen, hijgen en hunkeren - wat niet uitgesproken kan worden - om ontledigd te worden van mezelf en verslonden te worden in Christus". Dit is geen andere taal dan van een "nuchtere" Calvijn die bijvoorbeeld bij zijn Commentaar op Gal. 4:19 opmerkt:"Want de geweldige genegenheden breken al de woorden half af, als wij niet vinden wat het gevoel van het gemoed genoegzaam uitdrukt, en het gemoed al ziedende, de keel als het ware afsluit". Is dit alles wat over geloof en ervaring valt te zeggen bij Edwards? Beslist niet. Maar wel is het bestuderen van Edwards op dit punt (en vele andere punten) de moeite waard. Ook onze tijd kent aan de ene kant haar zucht naar religieuze ervaring die wat broeierig aandoet en aan de andere kant altijd nog het kille, beredeneerde geloof zonder "smaak" in de dingen die van de Geest van God zijn. Edwards laat zien dat alle ervaring en gevoel nog geen geloofservaring en -gevoel is. Daarom is een "goed gevoel" tijdens een kerkdienst nog geen bewijs van het ware geloof te hebben ontvangen. Aan de andere kant toont hij aan dat een geloof zonder aandoeningen een dood geloof is. Maar niet de ervaring of bevinding, maar de Schrift blijft voor hem de norm voor het geloofsleven. Daarom kan Edwards` boek over "Religious Affections" ons werkelijk goede diensten bewijzen in de noodzakelijke bezinning op het bijbelse geloofsbegrip. Ik wijs u in dit verband op een boekje van Edwards dat in onze taal verschenen is:"Geen geloof zonder gevoel". Het is uitermate triest dat in 1750 Edwards van de gemeente van Northampton waar hij met zoveel zegen heeft mogen werken, is losgemaakt in verband met een controverse over de vraag wie toegelaten mogen worden aan het Heilig Avondmaal. De laatste jaren van zijn leven werkt hij in een Indianengemeente te Stockbridge. Hier schrijft hij zijn indrukwekkende verhandelingen over "Original Sin" (erfzonde) en "Freedom of Will" (vrije wil). Daartoe verzocht, stemt hij in met een benoeming als president van het Princeton College. Maar dit is van korte duur. Op 22 maart 1758 sterft hij tengevolge van een inenting tegen pokken. Zijn laatste woorden zijn:"Trust in God, and you need not fear" (Vertrouw op God en u hoeft niet te vrezen). Uit:"De Wekker" Terug naar de Jonathan Edwards Pagina. |